Skip to main content

De vakantie is begonnen. Eindelijk tijd voor rust, spel, leuke dingen. Maar in plaats van dat jouw kind vol enthousiasme op een activiteit duikt, ligt het op de bank. Staart het naar het plafond. Vraagt het om de zoveel tijd hoe laat de WK-finale begint en verder gebeurt er niets.

‘Wachtdagen’ noemt mijn zoon ze. Deze eerste dagen van de vakantie waarop het niet lukt tot actie te komen. Eigenlijk hoeft er even niks, er zijn spelletjes en boeken, er zijn uitjes gepland. En er is keuze genoeg om al datgene te doen waar je tijdens de schoolweken niet aan toe komt.

Toch lijkt je kind volledig op slot te zitten. Het wacht. Totdat het weer avond is, tot dat leuke logeerpartijtje, op iets dat nog moet komen. De uren duren lang en het initiatief blijft uit.

Hoe dit komt?

Op school draaien kinderen vaak op een externe structuur. Een vol schema, vaste momenten, sociale verwachtingen. Wanneer die structuur wegvalt, moet het brein overschakelen van externe sturing naar interne sturing. Dat kost tijd. Het is alsof de motor draait, maar de versnelling nog niet gevonden is.

Daar komt bij dat ze die WK-finale van die avond, het logeerpartijtje van donderdag, of het uitje van volgende week in hun hoofd al duizend keer hebben afgespeeld, compleet uitgedacht hoe het zal gaan. Dat neemt het werkgeheugen vrijwel volledig in beslag. Er is simpelweg geen mentale ruimte meer over om te bedenken wat ze nu zouden kunnen doen. Dus wachten ze op het moment dat hun hoofd er écht bij kan zijn.

En niet te vergeten: keuzestress! Een vrij dagje met een open agenda klinkt heerlijk, maar voor een hoogbegaafde werkt het vaak juist verlammend. Ze zien alle opties, alle mogelijke uitkomsten, en wegen alles tegen elkaar af. Het is de paradox van de leegte, hoe meer er kan, hoe minder er lukt. Zonder duidelijke prioriteit slaat het brein op slot als bescherming: geen keuze is beter dan de verkeerde keuze. Dus wachten ze tot het vanzelf duidelijk wordt.

Onder water speelt er nog een belangrijke factor mee.

School is voor veel hoogbegaafde kinderen intensiever dan het op het eerste gezicht lijkt. Ze steken energie in het aanpassen aan een tempo dat niet ‘eigen’ is, zoals wachten op anderen en het verwerken van prikkels die zij net iets anders binnenkrijgen dan klasgenoten. Dat kost bakken energie, ook wanneer het lijkt of ze makkelijk mee kunnen komen. De eerste vakantiedagen zijn dan eigenlijk noodgedwongen hersteltijd. Het lichaam en brein grijpen de kans om bij te tanken, ook al ziet dat er van buiten uit als ‘niks doen’.

Ouders vertellen me vaak hoe ingewikkeld ze dit vinden. Dan is het eindelijk vakantie, dan kan er van alles en dan gebeurt er niks en ligt je kind klagend op de bank. Dat botst vaak ook met wat je zelf wilt. Want jij hebt juist bedacht om in je vakantie lekker in je boek weg te duiken, die achterstallige klus te klaren of de keukenkastjes eens even flink uit te mesten. Mogelijk ben je, net als ik, ook deels aan het werk terwijl de kinderen thuis zijn. Dan kan het onrustig zijn om te merken dat je kind niets doet als jij het niet aanjaagt.

Het is verleidelijk om allerlei oplossingen aan te dragen en dat wat jij ziet als verveling weg te willen nemen. Vaak werkt dat alleen maar tegendraads en neemt de frustratie aan beide kanten toe.

Wat kun je doen als ouder? (zonder te pushen)
  1. Erken het fenomeen.
    Een simpele opmerking als “Ja, die eerste dagen zijn altijd raar. Je moet even omschakelen” kan al heel veel doen. Het geeft woorden aan wat je kind ervaart, en dat is vaak al de helft van de oplossing.
  2. Geef één klein ankerpunt per dag.
    Niet een hele planning, maar één vast moment waar je kind naar uit kan kijken. Een wandeling in de middag, samen een film kiezen, een ijsje halen. Dat ene punt geeft houvast in een dag die verder leeg en vormloos voelt.
  3. Accepteer de leegte.
    Verveling is niet hetzelfde als een probleem dat opgelost moet worden. Een hoogbegaafd kind dat op de bank ligt, is niet ‘aan het niksen’, het is aan het omschakelen, aan het verwerken, aan het opladen. Door die tijd niet in te vullen met voorstellen en activiteiten, geef je het vertrouwen dat het zelf zijn ritme weer vindt. Meestal gebeurt dat rond dag drie of vier.
  4. Ondersteun het werkgeheugen.
    Vraagt je kind steeds hoe laat iets is, of wat er wanneer gaat gebeuren? Schrijf het dan samen op een whiteboard of papiertje. Zodat het niet in het hoofd hoeft te blijven ronddraaien. Dat alleen al kan ruimte maken om weer tot spelen te komen.
  5. Check in bij jezelf.
    Waarom vind jij deze situatie zo frustrerend? Kom je zelf niet toe aan de plannen die jij had? Heb jij eigenlijk zelf ook behoefte aan deze oplaadtijd? Beseffen waar jouw eigen onrust hierover vandaan komt, kan al zo’n verschil maken. Kom je er niet achter, of weet je het wel, maar krijg je het niet doorbroken? Plan een kennismaking om te ontdekken hoe ik je kan helpen in deze bewustwording, waarmee je de hele dynamiek tussen jou en je kind kan laten verschuiven.
Wanneer wordt het wél een probleem?

Als de wachtdagen weken duren. Als je kind ook in het dagelijks leven nauwelijks tot initiatief komt. Of als er spanning, huilbuien of boosheid bij komen die niet weggaan na de omschakeltijd. Dan kan het zijn dat er meer speelt dat aandacht vraagt. Denk aan te lang aanpassen in een omgeving die niet bij je past, voortdurende over- of onderprikkeling, gebrek aan passend werk, onbegrepen voelen, depressiviteit, etc. Samen kunnen we ontdekken waar dit gedrag vandaan komt en wat jouw kind nodig heeft.

Maar voor de meeste kinderen (én ouders) geldt: een paar dagen uitzitten aan het begin van de vakantie is normaal, en het gaat vanzelf over.

Dus.

De volgende keer dat je kind de eerste vakantiedag plat op de bank ligt, bedenk je dan weer: Het zijn geen verloren dagen. Het is de omschakeltijd die zijn of haar brein nodig heeft. Geen probleem om op te lossen, wel iets om te begrijpen.

En rond dag vier? Dan komt het enthousiasme vaak vanzelf weer bovendrijven.

Plaats een reactie