“Het is zo mistig om me heen”
Over onderprikkeling, boos gedrag en een lijf dat niet meer mee wil.
Daar zit je, je bent 10 jaar oud.
Je schouders iets opgetrokken, donkere kringen onder je ogen, je blik afwezig.
Alsof je heel ver weg bent, en tegelijk heel alert.
Je vertelt over school.
Dat je al lang weet hoe het moet.
Dat je méér wil, maar niet krijgt wat je nodig hebt.
Iets om echt je tanden in te zetten.
En dat je daarom niet begint.
Niet omdat je het niet kan.
Niet omdat je het niet wil.
Maar omdat het zinloos voelt.
Omdat het niet aansluit op je behoeften.
Dan ineens, alsof het net pas tot je doordringt:
“Mijn lijf wil ook niet lekker mee.
Ik heb overal pijntjes. Mijn enkel, mijn elleboog, bij mijn pols.”
Hoofdpijn.
Buikpijn.
Spanning in je schouders.
Moe, terwijl je eigenlijk niets “doet”.
Je lijf draagt wat je zelf nog niet kan zeggen.
Als vragen geen vragen meer zijn
Wat begon als een vraag om meer uitdaging, werd langzaam een innerlijk conflict.
Want hij kreeg het niet. Of niet op de manier waarop hij het voor zich zag.
En elke keer dat hij zich moest voegen, voelde hij zichzelf een stukje verdwijnen.
Dus begon hij te vechten.
Niet letterlijk, maar wel voelbaar.
Opstandig gedrag.
Tegenspreken.
Boosheid.
Ontploffingen.
Meubelstukken door de kamer.
Het gedrag werd steeds zichtbaarder.
En daarmee ook de reacties van buitenaf.
Er kwamen steeds meer vragen, gesprekken, correcties, zorgen.
Steeds weer dat gevoel: Ik doe ook alles fout.
De negatieve spiraal
Hoe vaker hij gecorrigeerd werd, hoe minder hij zich gezien voelde.
Hoe minder hij zich gezien voelde, hoe harder hij ging duwen.
Tot hij op een punt kwam waarop hij dacht: Iedereen is tegen mij.
De juf vertrouwt me niet meer.
Papa en mama zijn teleurgesteld.
Niemand begrijpt wat er in mij gebeurt.
Wat hij misschien nog het meest mist, is niet eens de uitdaging.
Het is de verbinding.
Het gevoel dat iemand naast hem staat.
Dat hij niet eerst “goed” hoeft te doen om weer welkom te zijn.
Zachtjes zegt hij: “Eigenlijk is het zo mistig om me heen.”
Mist in hoofd én lijf
Mist maakt alles vaag.
Je ziet de weg niet meer.
Je weet niet welke kant je op moet.
Voor dit kind zit die mist niet alleen in zijn hoofd, maar ook in zijn lijf.
Onderprikkeling is niet leeg.
Het is uitputtend.
Een hoofd dat continu op de rem staat.
Een lijf dat spanning vasthoudt.
De verbinding tussen hoofd en lijf is verstoord.
Een systeem dat geen uitweg meer ziet.
De pijntjes zijn geen aanstellerij.
Ze zijn een signaal.
Van stress.
Van onveiligheid.
Van een kind dat zich aanpast tot hij zichzelf niet meer voelt.
Relatie vóór prestatie
Bij hoogbegaafde kinderen is leren geen losstaand proces.
Zonder relatie geen veiligheid.
Zonder veiligheid geen ontwikkeling.
Als de verbinding met de juf onder druk staat, valt alles stil.
Want waarom zou je je inzetten voor iemand bij wie je je niet gezien voelt?
Waarom zou je risico nemen als je verwacht dat je toch faalt?
Pas als een kind voelt:
Je bent oké, ook als het niet lukt
Ik ben er voor jou
kan de mist langzaam optrekken.
Dan ontspant het lijf.
Dan komt er ruimte in het hoofd.
Dan kan nieuwsgierigheid weer stromen.
Wat ouders kunnen doen
Als ouder sta je vaak midden in deze spanning.
Je ziet het gedrag.
Je hoort de verhalen van en over school.
En je voelt: er klopt iets niet.
Een paar belangrijke ankers:
- Kijk achter het gedrag
Boosheid, verzet en terugtrekken zijn signalen.
Vraag niet alleen “Wat moet stoppen?”
maar vooral: “Wat probeert mijn kind te vertellen?” - Neem het lijf serieus
Pijntjes, vermoeidheid en spanningsklachten zijn echte signalen.
Help je kind woorden te geven aan wat hij voelt zonder het weg te poetsen. - Wees de veilige haven
Thuis mag de plek zijn waar niets hoeft.
Waar je kind mag landen en zijn zoals hij is. - Verbind vóór je corrigeert
Eerst nabijheid.
Eerst erkenning.
Dan pas kijken naar gedrag of oplossingen. - Blijf het gesprek met school voeren vanuit relatie
Niet: wat moet hij anders doen?
Maar: wat heeft hij nodig om zich veilig en gezien te voelen? En hoe kunnen we dat samen verzorgen?
Tot slot
Als je kind zich uitzichtloos voelt, voelt het voor jou als ouder vaak net zo uitzichtloos.
Onthoud goed:
Je kind is niet stuk.
Hij is overbelast op een stille manier.
Achter het gedrag zit een kind dat verlangt naar verbinding.
Naar ruimte.
Naar adem.
En soms begint het oplossen van de mist met één iemand die naast hem blijft staan.




